De meesten onder ons gebruiken hun boilies gewoon zoals ze worden aangekocht. Op zich niks mis mee, op deze manier worden immers vele karpers gevangen. Maar om toch wat  anders te doen maak ik graag gebruik van doormidden gesneden boilies. Het voordeel van deze halve boilies  is niet alleen de afwijkende vorm maar ook een hogere aantrekkingskracht.  Wanneer we het boiliedeeg gaan koken ontstaat er een harde buitenmantel waardoor de gebruikte lokstoffen moeilijker uitlekken dan uit het deeg. Indien we nu onze boilie doormidden snijden hebben we terug een helft waar de lokstoffen beter kunnen uitlekken!


De afwijkende vorm heeft meerdere voordelen, voor de vis is het weer net wat anders. De afgeplatte zijde zorgt ervoor dat ze bij stroming, al dan niet veroorzaakt door scheepvaart, beter zullen blijven liggen.


Zo herinner ik mij een sessie in Frankrijk waar ik regelmatig een aanbeet kreeg, maar toen ik gevoerd had met halve boilies nam het aantal aanbeten sterk toe. Het was wel een flinke klus om een emmer boilies in halve boilies te snijden, maar we kregen wel loon naar werk. En daar doen we het voor, steeds op zoek gaan naar iets dat extra vis op de mat brengt. 


Een ander punt dat extra aandacht verdient is de manier van voeren. Vaak zie ik vissers zodanig voeren dat een groot deel van het voer dicht bij de hoofdlijn terechtkomt. Je kan beter je voer zodanig aanbieden dat de vis tijdens het azen zo weinig mogelijk met je lijn in contact komt. Op deze manier zal de vis met minder argwaan azen en dus makkelijker vangbaar zijn. Ook geef ik de voorkeur aan verspreid voeren. De vis zal op deze manier veel langer op je voerstek aanwezig zijn en zo ook andere vissen aantrekken. Zien eten doet eten.  De karpers weten door deze manier van voeren niet of ze al het voer gevonden hebben. Ze zullen langer doorgaan met zoeken waardoor de kans op een aanbeet verhoogt. Bij een compacte voerstek zullen de karpers eerder geneigd zijn om door te zwemmen als het voer verdwenen is.


Voor het vissen op een slijkbodem wil ik nog het volgende meegeven. Maak gebruik van gesoakte boilies. Dit heb ik duidelijk ondervonden tijdens een meerdaagse sessie. De eerste twee dagen maakten we gebruik van gewone boilies. We vingen wel enkele vissen maar hadden het gevoel dat er meer in zat. Doordat onze boilies wegzakten in de slijkbodem werden ze moeilijker vindbaar voor de karpers. Hierdoor beslisten we om onze boilies te soaken zodat ze een beter geurspoor afscheiden.


Ook nemen gesoakte boilies minder de geur van de bodem op doordat ze reeds zichzelf hebben volgezogen met lokstoffen.  


Om je boilies te soaken zijn de dips en flavours met spraykop van CBB ideaal. De dagen hierna vingen we niet langer twee vissen per nacht maar een zestal vissen per nacht. Op de hengel zonder gesoakte boilies kregen we verder geen aanbeet meer.


Probeer deze tips eens uit aan de waterkant. Ik hoop alvast mee op wat extra vissen voor jullie!


Tight lines

Mario van de Westerlo


__________________________________________


Peilen een absolute must


Wanneer we voor de eerste maal aan een water komen, zit ons hoofd boordevol vragen. We vragen ons bijvoorbeeld af of er een mooie populatie zwemt. Welke vergunning moeten we aanschaffen? Welke dieptes kunnen we aantreffen? Hoe is het bodemverloop? Is het een voedselrijk water, en ga zo maar door. Het beantwoorden van deze vragen is voor mij één van de facetten die het vissen op karper zo boeiend maken.


Vandaag de dag raadplegen de meesten van ons het internet om antwoorden te vinden. En gelijk hebben ze! Hier is immers een schat aan informatie te vinden.



Denk maar aan Google Earth, dieptekaarten, de vele forums, enzovoort. Sommigen vertrouwen blindelings op wat anderen zeggen, maar dat is niet altijd even verstandig. De informatie die je vindt, vormt echter slechts de basis om op verder te bouwen. Je hebt dan al wel een idee van waar de diepere en ondiepere gedeelten van het water zich bevinden. Toch zal je meer gedetailleerde informatie nodig hebben om tot goede resultaten te komen. Het echte werk begint aan de waterkant. Staat er bijvoorbeeld wier op dat plateau, of liggen er gevaarlijke obstakels? Een goede manier om hier achter te komen is en blijft peilen met een hengel! Natuurlijk helpen (voer)boot met dieptemeter en, om het plaatje compleet te maken, prikstok en snorkel. Dit is echter niet overal toegestaan. En ook niet voor iedereen weggelegd. Peilen met de hengel is dat wel. Een peilhengel zou volgens mij dan ook standaard in je foedraal moeten zitten.



Laat ons eerst eens kijken naar de opzet van een peilhengel, een hengel met soepele top en een testcurve van om en bij de 3 lb. Gebruik bij voorkeur een molen met baitrunner, opgespoeld met gevlochten lijn. Dit zal zeker voldoen. Vandaag de dag zijn er om te peilen complete kits verkrijgbaar in de handel. Met een beetje creativiteit kan je zelf ook makkelijk een goed werkend systeem in elkaar knutselen. Wat je nodig hebt, is een stukje stevige lijn, anti tangle tube, krimpkous, 2 quick links, een ringwartel , een gewone wartel met kraal, een lood en een peildobber (zie afbeelding).


Dit systeem laat zich goed werpen en de peildobber komt vlot naar de oppervlakte. Een ander voordeel van dit systeem is de mogelijkheid om, mocht dit nodig zijn, vlot te kunnen wisselen van lood of peildobber.

Ik denk dan aan de zichtbaarheid en het drijfvermogen van de peildobber, het gewicht en de vorm van het lood. Als bijvoorbeeld de zon het wateroppervlak doet glinsteren, dan is een zwarte peildobber beter waar te nemen. Als er wier staat of wat meer stroming, zal een groter drijfvermogen nodig zijn, en bijgevolg een zwaarder lood, enzovoort. Zorg ervoor dat je hierop kan inspelen.


Wanneer je het lood hebt ingeworpen, laat je dit aan een strakke lijn afzinken. Op deze manier voel je of het lood op een harde of een zachte bodem is beland. Tijdens het peilen zorg je ervoor dat je de hengel haaks t.o.v. het water houdt. Je sleept het lood langzaam over de bodem door de hengeltop naar achteren te bewegen zonder aan de molen te draaien. Terwijl je vervolgens de lijn binnenhaalt door aan de molen te draaien, beweeg je de hengeltop terug richting het water, zonder hierbij het lood te verplaatsen. Herhaal deze handelingen tot je vermoedt iets interessants te hebben gevonden. Dan zorg je ervoor dat de peildobber onder water tegen de ringwartel zit. Nu kan je gelijke stukken van bijvoorbeeld 50 cm lijn geven, nadat je de baitrunner hebt aangezet. Ik heb op mijn hengel op 50 cm van de molen wat tape geplakt, erg handig om steeds precies evenveel lijn te geven.


Nu gewoon tellen hoe vaak je lijn hebt gegeven alvorens de peildobber zich aan de oppervlakte toont. Je weet nu waar en hoe diep de mogelijke hotspot is. De peildobber is nu een handig hulpmiddel om te voeren, en ook je richtpunt om naar te werpen met je rig. Eens je juist op de spot hebt geworpen, is het een kwestie van de afstand te markeren op je lijn en een richtpunt aan de horizon te kiezen. En zo is het kinderspel om met een lijn in de lijnclip steeds weer precies op dezelfde spot te werpen.


Een situatie die we allemaal wel zullen herkennen, is dat alle aanbeten op dezelfde hengel komen. Velen nemen daar vrede mee, ze vangen immers vis. Toch kan je met het nodige zoekwerk soms een tweede spot ontdekken. Gooi zolang die ene hengel productief is het water niet aan schuim, maar stop bijvoorbeeld een uurtje vroeger om de stek nog eens goed uit te peilen. Met wat geluk vind je een betere spot voor je tweede hengel en pluk je hier de vruchten van tijdens volgende sessies.


Iets waar ik van overtuigd ben, is het volgende: een goed aas op de foute spot is minder productief dan een middelmatig aas op de juiste spot! Goed aas op de juiste spots staat gelijk aan vangen! Bedankt voor de bollen Bart! Ik amuseer me rot ;-)


Vruchten plukken anno 2012...


Hierna volgen enkele voorbeelden van wat je via de hengel en lood aan informatie krijgt en hoe je deze moet interpreteren. 


Wanneer het lood over een grindplaat of mosselbank wordt getrokken, zal je zeer duidelijk de hengeltop zien en voelen trillen. Hoe fijner het grind, hoe sneller de trillingen elkaar opvolgen. Hoe grover het grind, des te springeriger het lood zich zal gedragen. Dit zal je merken aan de hengeltop die dieper gaat doorbuigen en terugveren.


Het lood komt vlot mee tijdens het binnenhalen, totdat de hengeltop plots diep doorbuigt. Dit is het moment waarop een obstakel is bereikt. Het is aangeraden om op dit moment de peildobber naar de oppervlakte te laten komen. Zo kan je zien waar het obstakel zich bevindt. Hierna ga je verder met het binnenhalen van het lood. Indien dit lukt, kan je de “voorkant” van het obstakel opsporen. Dit kunnen echte hotspots zijn! Onnodig te vermelden dat je hier extra veilige systemen gebruikt. Bij deze visserij knijp ik de weerhaak plat met een tangetje. Wanneer je het lood niet vlot over het obstakel kan halen, kan je het volgende eens proberen. Richt de hengeltop recht voor je, laag naar het water richting de peildobber. Begin nu lijn binnen te halen. Op het moment dat de dobber ondergaat, haal je de hengeltop vlug omhoog, net zoals je aanslaat. De dobber zal hier helpen om het lood te liften. Het zal echter ook voorkomen dat het lood compleet vast is komen te zitten. Dan rest slechts één optie, en dat is de lijn breken.


Wanneer je na het inwerpen het lood wil binnenhalen, kan het enige moeite kosten om het uit de modder te trekken. Tijdens het binnenhalen van het lood voel je een aanhoudende weerstand. De hengeltop gaat niet trillen, maar houdt een gebogen vorm tijdens het binnenhalen. Hier heb je te maken met slib. Ook kan het gebeuren dat je gasbellen naar de oppervlakte ziet komen. Deze zijn het resultaat van het rottingsproces in de sliblaag.

Het lood komt eerst maar moeilijk in beweging. Hierna komt het met rukjes binnen. Dan heb je met een begroeide bodem te maken. Vaak zullen er na het binnenhalen nog stukjes bodemwier aan het lood hangen. Bij dikker wier lijkt het eerst alsof het lood vastzit. Hierbij buigt de hengeltop diep door. Daarna komt heel het zaakje langzaam in beweging en lijkt het alsof je een plastic zak aan het binnenhalen bent. Hier zal veel wier aan uw lood hangen!

Het binnenhalen van het lood op een kleibodem of zandbodem gaat vlotter dan bij slib, en geeft minder trillingen dan bij grind. Wanneer ik vermoed dat het om kleibodem gaat, peil ik zeker met een type grippa lood, om de eenvoudige reden dat er kleiresten aan de noppen van het lood gaan hechten. Stem de kleur van je montage hierop af!


Wanneer je het lood tegen een talud omhoog trekt, zal je een verhoogde weerstand gewaarworden en zal de hengeltop dieper doorbuigen. Om nu te bepalen hoe steil het talud afloopt, kan je best de peildobber regelmatig naar de oppervlakte sturen. Je sleept het lood 1 à 2 meter dichterbij. Dan bepaal je de diepte door de eerder beschreven methode toe te passen. Het lood haal je terug wat dichterbij en dan bepaal je opnieuw de diepte, enzovoort.



Na nauwkeurig te hebben gepeild, wist ik dat er opkomend wier op de stek stond. De keuze om pop-up te vissen was snel gemaakt, met deze beauty als resultaat.


__________________________________________


Benut je vistijd optimaal!


Vaak is het zo dat we ganse dagen op een stek bivakkeren, maar slechts over een korte periode van enkele uren echt een aanbeet verwachten. Meestal tijdens de nacht of de voormiddag. De vissen strijken in een groep(je) neer op je stek en in het beste geval ontstaat er voedselnijd. Dan kunnen we er maar beter voor zorgen dat juist gedurende deze periode onze rigs zoveel mogelijk op de juiste spots liggen.

Na een aanbeet controleren we natuurlijk altijd onze haak, hoofd- en onderlijn op beschadigingen. Indien nodig dienen we deze te vervangen of beschadigde stukken ertussenuit te knippen. Ook dienen we terug aas te bevestigen enzovoort. Hierdoor gaat kostbare tijd verloren tijdens de aasperiode waar we zolang op hebben zitten wachten.


Op onze (Vlaamse) openbare wateren mag slechts met twee hengels worden gevist. De meeste karpervissers zijn echter in het bezit van meerdere hengels. Zorg ervoor dat je minstens één extra hengel meeneemt naar de waterkant . Deze hengel is opgetuigd en klaar om mee te vissen. Indien je nu een lijnbreuk hebt, of een botte haak dient te vervangen heb je de tijd om dit rustig te doen nadat je deze extra hengel hebt ingeworpen of bent gaan droppen. Ook indien je wil experimenteren met rigs of een andere hoofdlijn en weet ik wat nog meer, zal je de voordelen van deze tip wel inzien. Op deze manier kan een derde hengel reglementair worden ingezet en ook een extra vis opleveren.


Doe er je voordeel mee en succes!



De aanbeet van deze leder kwam op het moment dat ik de waker aan de lijn hing.


Vijf minuten hiervoor had ik een andere vis gezakt! Had ik zonder extra hengel ook tijdig op de spot gelegen?